Geschiedenis

De Lage Bothofstraat 334 is een huis met geschiedenis.

De bouwvergunning uit 1929 lag ten grondslag aan de oorspronkelijke slagerij.
Hier woonden en werkten slager Tieben met zijn vrouw en kinderen.In prachtig vormgegeven letters staat op de voorgevel geschreven: Vleesch¤houwerij.

Slager Tieben. Wie kende hem niet? Zijn harde metworsten waren bekend. De metworsten werden gerookt in de rookschuur en daarna opgehangen in de keuken om te drogen. Albert Plesman, de vliegenier, kwam er speciaal voor als hij op werkbezoek was in Twente. Ter Kuile was vaste klant. Mrs. Madeleine van Horrik-Devereux, bekend tuinarchitecte, die hij op zijn Twents in het Engels aansprak. Specialist van fijne vleeswaren. “Voor het beste van de koe gaat men naar slager Tieben toe”. Tieben verstond zijn vak. Maar meer nog verstond hij de mensen. Komaf deed niet
ter zake. Om rang en stand bekommerde hij zich niet. Bij de zogenaamd gegoeden moest hij het onsje rosbief door de brievenbus schuiven. Betalen was er niet altijd bij. Hij kon het met iedereen vinden. Zelfs een doof meisje begreep hij. Hij sprak mensentaal, was sociaal voelend en meelevend en dat sprak iedereen aan.  Greetje mocht in de keuken  haar beurt afwachten. Ze was altijd weer onder de indruk van de metworsten die aan het plafond te  drogen hingen. Als de klanten waren  geholpen maakte hij voor haar een speciaal vleespakket klaar. Hij kende de zorgelijke omstandigheden van vele gezinnen. Tieben stond bekend om zijn gezellige praatjes. Wat hij meemaakte verpakte hij in smeuïge verhalen. Een goedvertelde mop kreeg je gratis toe. De keer dat hij op zijn transportfiets met een emmer koeienbloed in de sneeuw onderuit ging. Een voorbijganger gilde honderduit dat slager Tieben dood lag te bloeden. Of als het hout voor de rokerij met een lijkwagen wordt gebracht is opnieuw de buurt op de hoogte van zijn overlijden. Wat hij meemaakte verpakte hij in smeuïge verhalen.
Slager Tieben hield de slagerij van 1930 tot 1965.

De metworsten werden
gerookt in de rookschuur
en daarna opgehangen
in de keuken om te drogen.

De slagerij werd overgenomen door slager Eulderink.

”Ik (Herman) werkte in 1963 als knecht bij Gelink de paardenslager aan de Poolmansweg. Ik kreeg te horen dat slager Tieben ziek was geworden en iemand zocht die de boel wilde overnemen. Het leek me wel wat om eigen baas te zijn, ik was tenslotte al veertig jaar. Ik moest er wel geld voor lenen. We hebben in Velve-Lindenhof hard moeten werken maar toch een mooie tijd gehad.
Er waren daar meer slagers in de buurt, zoals Pen aan de Lipperkerkstraat, Brummelhaus en Winterberg aan de Oostveenweg en ook had je slager v.d. Wal. Je was meer collega’s dan concurrenten van elkaar. Ach, ieder had een goede boterham. 
Je probeerde je wel van de ander te onderscheiden.  Zo had ik het recept van harde worst van mijn voorganger Tieben overgenomen. Man, ze kwamen ervoor uit de hele stad, tot aan Glanerbrug toe. 
Spanjaarden kreeg ik ook in de winkel. Het waren buitenlandse gastarbeiders die in een twintigtal caravans woonden op een braakliggend terrein aan de Lage Bothofstraat. Nou die lusten ook wel een stukje vlees.
Het was voor mijn vrouw en mij wel elke dag hard werken, van ’s morgens 7 tot ’s avonds 10 uur. Een bediende in de winkel konden we  niet betalen. Zaterdagavond na afloop van het werk hebben we nog wel eens de woonkamer behangen. Zondags deed je de administratie.
Allengs liep de klandizie terug. Dat kwam ook door afbraak van oude afdakswoningen aan de Lage Bothofstraat maar toch vooral door de opkomst van supermarkten. Helemaal door de vestiging van de Profimarkt en latere Nettorama, ondergebracht in oude fabrieken aan de LageBothofstraat, waar de Kwamtumhallen ook al zaten.
Je probeerde het met allerlei andere artikelen de klanten nog te binden, zoals met koffie, suiker, thee, ook kaas, zelfs chips en zure haring. Je was op het laatst een halve kruidenier. We hebben er in 1973 een punt achter gezet. Ik kon toen aan de slag bij een Sparwinkel in Oldenzaal. Dalenoord die naast ons een Electrozaak had, heeft de leegstaande slagerij overgenomen en er studenten in laten wonen.”

Na zoveel jaar intensieve bewoning door verschillende huurders werd het huis door woningcorporatie De Woonplaats opgeknapt en zoveel mogelijk in de oude staat terug gebracht. Bakelieten lichtknopjes, granieten aanrecht, gootsteenkastjes en vleeshaken werden bewaard. De tijd van vroeger keerde grotendeels weer terug.

BUURTKAMER NAAR ANDERE LOCATIE  

                                                

Het is heel jammer dat we na bijna 4 jaar onze oude vertrouwde Vleeschhouwerij met Buurtkamer moeten verlaten.  Er is de laatste maand hard gewerkt door Frans om onze oude buurtkamer naar de nieuwe buurtkamer in Lumen te verplaatsen. De verhuizing was op zaterdag 26 september. Daarna moest alles weer uitgepakt en ingericht worden. Wij zijn weer begonnen in de nieuwe buurtkamer op maandag 5 oktober.